De wereld vanuit een zadel.

 

 

Met zijn vijftienen rijden we netjes achter elkaar. Stuk voor stuk op een sjokkend paard en meebewegend met de passen van het edele dier. Papa en ik kijken onze ogen uit. We kunnen kilometers ver kijken over de vlaktes die ons zandpad verlengen. Hier en daar een boompje om ons gezichtsveld te doorbreken. Ik haal diep adem en laat de geur van de natuur tot diep in mijn longen doordringen. Ik kijk naar onze begeleider, het homootje, en zie dat hij eigenlijk niks anders aanheeft dan een boxershort met een buideltas en een paar simpele schoenen. Geen shirt, geen cap en dus ook geen fatsoenlijke broek. Prachtig ventje. Hij kan niet veel ouder zijn dan een jaar of 24. Hij ritst zijn buideltasje open, haalt een pak sigaretten eruit en steekt er een op. Met een brede glimlach draait hij in zijn zadel. "Anyone?" Ik durf niks te zeggen, maar hij ziet mij kijken. Het is niet dat mijn vader niet weet dat ik rook, maar toch heb ik niet het lef om tegen een wildvreemde te zeggen dat ik er ook wel een lust. Blijkbaar heeft hij genoeg mensenkennis, want hij houdt zijn paard in en komt naast mij rijden. "Want one? It’s okay." En hij geeft mij de sigaret. Ik kijk papa aan terwijl ik de sigaret door onze eigenzinnige begeleider laat aansteken. "Is that your father?" vraagt hij terwijl hij probeert zo goed mogelijk zijn Spaanse accent te verbergen. Ik knik en lach naar papa. "Want one too, señor?" "Ja, dat lust ik wel hoor’, antwoordt papa in gewoon Nederlands. Met het schaamrood op de kaken kijk ik toe hoe papa met een grijns van oor tot oor de sigaret aanneemt. ‘Gracias’,  weet papa uit te brengen. Ik ben trots op hem.

 

Het kwartier wat daarop volgt, vermaak ik mij kostelijk met het homootje. Hij vertelt wat dingen over zichzelf, over de paarden, over de haciënda en over hoe goed de paarden de routes al kennen. Precies op dat moment merk ik dat mijn paard wat onrustiger wordt. Hij begint te lachen en zegt: ‘ That’s it. Watch this.’  Hij rijdt een stukje voor mij uit en roept naar achteren dat iedereen in een rij moet gaan draven. "Everyone ready to gallop? Go!" Hij spoort zijn paard aan en gaat rechtop in het zadel staan. Ik volg zijn voorbeeld en we stormen er met alle vijftien paarden vandoor. Dit is niet zomaar galop, dit is rengalop! Ik hoor papa als een of andere cowboy achter mij ‘hiyaa’ roepen en voel hem met een windvlaag langs mij heen komen. De afstand tussen het homootje, papa en mij word steeds groter. Ook ik spoor mijn paard weer aan en ga nog meer in het zadel staan. Het zand van de weg waait op en vormt een grote stofwolk om alle paarden heen. Ik hoor het geklepper van de hoeven op het weggetje en voel de wind door mijn haren gaan die onder mijn cap vandaan komen. Even hoor en voel ik niks anders dan dat en geef ik mij volledig over aan het zwarte wezen onder mij… 

 

Bij een kruising aangekomen, wordt aangegeven dat we rechtdoor gaan. Ik neem aan dat hij een grapje maakt. Rechtdoor is enkel een berm die kaars recht naar beneden loopt. Normaal gezien vind ik voorop rijden een voordeel, maar op dit moment zie ik het positieve er niet van in. Desondanks, volg ik hem braaf en vastbesloten. Zodra ik mijn paard de eerste stappen in het gras laat zetten, zie ik dat er een heel smal pad van kiezelsteentjes naar beneden loopt en hoor ik het geluid van stromend water. Ik laat het paard bepalen hoe snel we afdalen terwijl ik probeer om de scherpe taken te ontwijken. Ik zie de ene tak na de andere op mij afkomen met doornen, de een nog scherper dan de ander. Wel komt het rustgevende geluid van kabbelend water steeds dichterbij en zo wordt ook mijn nieuwsgierigheid steeds groter.

 

Na heel wat bukken, ontwijken, gillen en raar doen, staan de paarden dan eindelijk weer horizontaal. ‘Pfoe, dat was een leuke afdaling hé?’ Papa komt glunderend naast mij staan. ‘En moet je dit nou eens zien!’  Voordat ik kan reageren, wordt mijn adem mij ontnomen. Het riviertje stroomt vlak voor onze neus langs en je kunt de stenen op de bodem zien liggen, zo helder dat het is. Er hangen een paar takken van bomen in het water en het gras loopt vloeiend over in de bedding van de rivier. We horen wat vogeltjes fluiten en verder wordt de omgeving afgesloten door de statige bomen. Adembenemend is het; een klein paradijs. Even voelt het alsof wij de enige op aarde zijn. Als enige in ons eigen kleine paradijs. De wereld vanuit een zadel, ontoegankelijk voor degene met afgesloten gedachtes.

 


Reactie schrijven

Commentaren: 0