De (on)sterfelijke onderwaterwereld.

 

 

Zoals gewoonlijk ruik ik de geur van vers gebakken stokbrood en dat doet mij meteen goed. Mama merkt op dat het broodmes nog niet op tafel ligt en wil opstaan, maar ik zie dat het haar veel moeite kost. ‘Laat mij maar mam, ik pak het wel’, zeg ik terwijl ik mama terug de stoel in gebaar. ‘Vandaag maar weer wat rustiger aan doen?’ en ik leg het broodmes naast papa neer. ‘Ja, we willen vandaag die baai van vorig jaar opzoeken. Aqua nog niets’, zegt hij terwijl hij voor iedereen een stuk brood afsnijdt. ‘Aigua Blava’, vult mama aan. ‘Juist, aqua blavia’... - Bijna, pap - ‘Is dat die mooie baai?’ vraagt zusjelief glunderend. ‘Er zijn heel veel mooie baaien, lieverd, maar het zou best kunnen dat je de goede in gedachte hebt’, antwoordt mama liefkozend, ‘je kunt er in ieder geval heel mooi snorkelen.’ Snorkelen, ook zoiets wat wij leuk vinden om te doen. Papa, zusjelief en ik zijn met zijn drieën behoorlijke waterratten en snorkelen geeft ons de kans om zoveel mogelijk van de onderwaterwereld te zien zonder dat we een of ander certificaat hoeven te behalen. Als je eenmaal weet hoe je moet snorkelen en als je goede plekken kent, is het adembenemend wat je onderwater aan kan treffen. 

 

De parkeerplaats van Aigua Blava is niet zo moeilijk te vinden, maar de baai bereiken is een ander verhaal. De weg ernaartoe loopt steil naar beneden wat het zwaar maakt om mama haar rolstoel aan het water te krijgen. Door de rolstoel om te draaien en achteruit naar beneden te lopen, komen we uiteindelijk beneden en installeren we ons. Ik werp een blik om mij heen om de omgeving te absorberen. Ik zal daar nooit uitgekeken raken. Grote majestueuze zandkleurige rotsen die het groenblauwe water omringen en in het midden van de baai kun je over de eindeloos gestrekte zee uitkijken. Al snel worden de snorkelspullen tevoorschijn gehaald en duiken papa, zusjelief en ik het water in. De beste plekken in het water om te snorkelen, zijn de gebieden rondom en langs de rotsen. Rechts in het glinsterde water steekt uit het ondiepe water een rots waar we mooi omheen kunnen zwemmen. Zusjelief en papa beginnen aan de linkse kant van de baai langs de rotswanden en ik zwem direct naar het ondiepe plekje. Met dat ik in het water spring, voel ik hoe het koude water rondom mijn lichaam slaat als een koude, maar prettige deken. Niet veel later maakt de kou plaats voor het brandende gevoel van de zon op mijn rug. Een dun laagje water doet een poging tot het beschermen van mijn huid tegen de stralen. lk probeer met mijn hoofd niet te ver naar beneden te kijken zodat het pijpje niet volloopt met water. Ik raak verbouwereerd door de pracht die ik daar aantref. De ene na de andere vis zwemt langs mij heen en sommigen blijven mij zelfs een stukje volgen. Ik zie allerlei soorten koraal en zo hier en daar zie ik een krab wegvluchten onder de stenen. De zonnestralen die door het water schijnen en mooie tekeningen vormen op de bodem, zorgen voor een onwerkelijk zicht. Hier zou ik uren kunnen blijven drijven. 

Zodra ik weer bovenkom, hoor ik een hoop geroep vanaf de kant. Er staat een hele groep mensen vlakbij het water rondom een man die iets in zijn handen heeft. Ik kan niet goed zien wat het is, dus ik zwem dichterbij. De man heeft een speer vast met iets glibberigs erbovenop. Ik roep papa en zusjelief en gebaar dat ze snel moeten komen. De dames om de man heen beginnen steeds hysterischer te gillen en het lijkt erop dat het glibberige wezen ook niet veel rustiger wordt. Ik zie verschillende glinsterende rubberachtige stukken die zich om het hout vastklampen en realiseer mij dat die vent een inktvis aan zijn speer heeft zitten. De man probeert uit alle macht de tentakels los te trekken om de inktvis van de speer af te krijgen, maar de inktvis lijkt het daar niet mee eens te zijn. Ondertussen wordt de groep steeds groter en zo wordt ook het hysterische gegil van vrouwen steeds erger. Uiteindelijk begint de inktvis het zichtbaar op te geven en krijgt man het voor elkaar om alle tentakels bij elkaar te houden. Hij tilt ze over het uiteinde van de speer heen, trekt de inktvis er langzaam af en gooit hem op de grond. Aan de speer zit echter nog iets; hij haalt het eraf en gooit het terug in het water. ‘Daar gaan de hersenen..’ Ik kijk papa walgend aan. De rest van de dag ben ik daar het water niet meer in geweest. Dat was weer een prachtwezen minder..

 

 


Reactie schrijven

Commentaren: 0