Pubers..

 

Ik kijk om mij heen. Nog steeds blij dat ik mijn stekje hier op zolder eens fatsoenlijk heb opgeruimd. Tegelijkertijd hoor ik dat Spotify een nummer van Enrique Iglesias inzet. ‘Somebody’s me’. .. Ik grinnik. Hoe toepasselijk op dit moment. Ook hoor ik hoe mijn net gelakte, veel te lange nagels druk heen en weer vliegen over mijn toetsenbord. Ik zou zoveel willen schrijven, zoveel willen zeggen, maar de woorden dwarrelen slechts als verdwaalde vlinders door mijn hoofd. Ze willen maar niet op het papier blijven plakken. Backspace, backspace, voor de zoveelste keer binnen een paar minuten. Ik kijk opnieuw op van het felle licht van mijn laptop. Het flikkerende kaarslicht naast mij trekt mijn aandacht. Ik zie hoe het licht danst op de geverfde muren. Het speelse vlammetje tekent verschillende vormen en lijkt het duister uit te dagen. Zo klein, zo krachtig. Ook geeft het licht een slechte weergave van de cliché woorden die op de kaarshouder staan. Al die leuke babbeltjes en woordspelingen met ‘home’. Welcome home. Home sweet home. Home is wherever the heart is. Ik slaak een kleine zucht. Wherever the heart is. Eigenlijk is de opmerking zo cliche, dat het mij gewoon aan het denken zet. Waar is mijn hart dan? Kan mijn hart eigenlijk wel ergens anders zijn dan bij mij? Er wordt je altijd verteld naar je hart te luisteren. Volgens mij is mijn hart zijn tong verloren.. Of hij spreekt een andere taal? Toch een reden om mijn Spaans op te pakken dan.

 

Ik heb mijn oor de laatste weken goed te luister gelegd, maar ik geloof dat ik mijn hart zoveel informatie heb gegeven dat volgens mij zelfs hij het spoor bijster is. Tegelijkertijd voelt het alsof ik de moeder ben en mijn hart het puberale kind dat zich vreselijk probeert af te zetten. Hij praat niet met me en doet precies het tegenovergestelde van wat ik zeg. Mijn puberale kind heeft het idee dat er touwtje wordt getrokken met hem. We gaan van links naar rechts en als ik daar niet tevreden mee ben, dan gaan we nog even van voor naar achter. Hij heeft geen idee waar hij heen moet. Krampachtig hou ik hem vast, om hem voor pijn en fouten te behouden, maar daardoor zijn de klappen die ik ontvang des te harder. Ik zou hem moeten laten gaan, in plaats van hem als een of andere trekpop te behandelen. Wanneer ik hem de ruimte niet geef, heb ik geen idee welke kant hij op wil. Heb ik geen idee welke kant hij op gaat. Echter, dat zou betekenen dat ik de controle verlies, dat de nu al dunne touwtjes compleet uit mijn handen zouden vallen. Mijn puberale zoon zijn eigen gang laten gaan, voelt op dit moment als verliezen. Dan zou ik hem kunnen verliezen. Ik zou mijn hart kunnen verliezen aan de eindeloze zoektocht van ‘thuis’. Want ‘thuis’, thuis is waar het hart is.


Reactie schrijven

Commentaren: 0