Amen to that.

 

We waren druk in gesprek over onze eerste ontmoeting. Welke indruk we bij elkaar hadden achtergelaten. Er valt een stilte en met een grijns op zijn gezicht kijkt hij mij aan. ‘Wat?’ zeg ik half lachend terug. Hij schudt zijn hoofd. ‘De blik in jouw ogen is mij altijd bij gebleven.’ Ik wacht met een vragend gezicht op de rest van zijn uitleg. Hij vertelt dat hij in een oogopslag kon zien wat voor persoon ik was, mijn karakter en tot waar ik in staat was. Maakt niet uit dat het vier jaar geleden was, er was niks veranderd. Later realiseerde ik mij dat hij gelijk had. Hoeveel de blik in je ogen wel niet kan vertellen zonder dat je lippen ook maar iets bewegen. 

 

Een flinke tijd geleden liep ik vrolijk door de stad. Schouders omhoog, borst vooruit. Ik had geen enkele zorg in de wereld. Met een brede glimlach en een beleefd knikje naar mijn omstanders, huppelde ik van de ene winkel naar de ander. Op het moment dat ik een gezellig uitziend koffiezaakje binnen wilde lopen, bleef ik even staan. Voorzichtig draaide ik mijn hoofd, maar ik zag niemand. Ik schudde het gevoel af dat er iemand naar mij keek en met de woorden ‘het zal wel’, haalde ik mijn schouders op en liep ik monter het leuke tentje binnen. Bij de bar bestelde ik een latte macchiato karamel en nam samen met het dampende kopje plaats aan een tafel bij het raam. Ik sloeg mijn handen erom heen en terwijl ik de stoom ervan af blies, keek ik tevreden naar buiten. Ik keek naar alle voorbijgangers. De oude mensjes met rollators - trots dat ze de deur uitkwamen - de semi-ergerende moeders met springende kinderen om zich heen en de14-jarige jongetjes gehuld in een stoer zwart jack, sigaretje in de hand, alsof ze de hele wereld aankonden. ‘Wacht maar’ grinnikte ik. Met een glimlach op mijn gezicht genoot ik van de warme zonnestralen door het glas heen. 

 

Eenmaal buiten, terwijl ik stond te bedenken naar welke winkel ik nog wilde, zag ik in de verte een oude bekende. Ik hield mijn hand boven mijn ogen en kneep ze dicht tegen de felle najaarsstralen. Ik wist niet goed of dat ik moest zwaaien, lachen of dat er überhaupt een teken van herkenning wel op zijn plaats was. Ik schrok ervan hoe lang het geleden was dat ik die persoon had gezien. Doordat er van de andere kant ook absoluut geen contact kwam, liep ik voorzichtig door. Een eenzaam gevoel bekroop mij. Echter, dat gevoel verdween snel weer. Ongeveer net zo snel als dat het geld van mijn bankrekening verdween. De tassen aan mijn armen werden steeds zwaarder in tegenstelling tot mijn humeur wat steeds lichter werd. Het enige wat mij tegenhield om te gaan huppelen, waren de kilo’s aan mijn ledematen in de vorm van kleren, kleren en nog meer kleren. Fluiten leek een goed alternatief. 

 

Met dat ik de eerste noot wil inzetten, word mijn gedachtegang abrupt onderbroken. Ik kijk opnieuw in de lang vergeten ogen van de persoon een klein stukje verderop. Daar had je haar weer. We draaiden verder door zodat we recht tegenover elkaar stonden. Het was alsof we allebei dachten ‘nu kunnen we er niet meer omheen’. Ik zette een stap in haar richting om aan te geven haar graag te willen begroeten. Het ongemakkelijke gevoel van de eerste keer nam plaats voor een gevoel van oud vertrouwen. Ik was blij haar eindelijk weer eens te zien. Ze heeft altijd zo dicht bij mij gestaan, zoveel voor mij betekend. Ze was iemand op wie ik altijd kon bouwen en wie ik vertrouwde. Toen ik eenmaal vlak voor haar neus stond, viel het me op dat er iets niet in de haak was. Haar blonde haar hing warrig voor haar gezicht en bedekte haar blauwe kijkers grotendeels. Zij was de soort persoon met ogen die altijd dwars door je heen konden kijken, ogen die sprankelde van blijdschap of ze nou vrolijk was of niet. Ogen die eerlijk waren en puur. Dit alles was compleet verdwenen. Haar ogen waren leeg.. Een groot gapend gat waar ik in staarde. Alsof ik dwars door haar heen kon kijken, maar dan recht in een een grote grijze mistbank. De glinstering van plezier had plaats gemaakt voor de glinstering van een dun laagje water op haar ogen. Leeg, verloren en gevoelloos. Ik heb mij zelden zo machteloos gevoeld als op het moment. Ik wilde haar op haar afstappen en haar vasthouden, maar mijn voeten stonden aan de grond genageld. Ik wilde haar vertellen dat het goed kwam, zoals ik dat altijd had gedaan. Maar dat voelde ongepast en daarnaast als vergeefse moeite. Ze keek mij terug aan en ik voelde een rilling door mijn hele lichaam gaan. Wat zou er gebeurd zijn? 

 

Ze wendde haar hoofd af, waardoor ik besloot door te lopen. Een gevoel van leegte nam mijn lichaam in beslag en zelfs de vreugde van mijn nieuwe outfits waren niet genoeg om dat te overwinnen. Sjokkend liep ik door. De rest van de dag ben ik haar niet meer tegengekomen.

 

Pas toen ik thuis kwam, mijn vermoeide voeten van mijn schoenen verlosten, mijn haren vastbond en een blik in de spiegel wierp, zag ik haar weer. 

 

Een paar dagen geleden hield een andere vriend mij een hele andere soort spiegel voor. De manier waarop de ogen van de buitenwereld naar mij kijken. “Een meter vijftig, en 100% vreugde”, zei hij.  

 

Amen to that!

 

 

Reactie schrijven

Commentaren: 0