Morgen is de toekomst van vandaag

 

‘Dus, wat wil jij de rest van je leven gaan doen?’ Verschrikt kijkt het 13-jarige meisje op. Beentjes bungelen onder haar houten tafeltje en haar voeten proberen af en toe een keer langs de grond te schrapen – yes ik kan erbij. ‘Huh, wat?!’ antwoord ik terwijl ik de vrouw in haar vragende ogen aanstaar. Moet ik dat nu al weten dan? Was dit geen simpele les waarbij we met een schuin oog naar filmpjes moesten kijken over verschillende open dagen die nog een eeeeeuwigheid ver weg leken te zijn. Ik zat rustig met mijn potlood, kapot gekauwd aan het uiteinde, wat cirkeltjes te tekenen op het lege blaadje voor mijn neus. Nog steeds staar ik in de groene kijkers van mijn minst favoriete docent. Ze zal vast geen genoegen nemen met ‘fee’, ‘drie kazen hoge dikkop op ski’s’, of ‘professioneel trampoline springster’. Dat waren de dingen waarvan ik vroeger dacht dat ik ze zo maar eens mijn hele leven kon gaan doen. Maar die strenge ogen die op mijn blonde haardos neerkeken, leken het daar niet mee eens te zijn. 

 

Deze mening werd ook door de rest van de wereld gedeeld. Ik moest een richting voor mijn opleiding gaan bepalen, beginnend met een profielkeuze. Achteraf gezien was dat natuurlijk nog helemaal niks, maar mijn tienerhoofdje bezweek toentertijd nog net niet onder de druk. Tien jaar later (ha-ha-ha 10 year challenge, hou op schei uit) heb ik meerdere paden ingeslagen en hier en daar zelf eentje midden door de bossen gecreëerd en bewandeld. Profielkeuze was uiteindelijk snel gemaakt, heb gezwoegd en geploeterd om mijn diploma in ontvangst te nemen, de universiteit gekozen als vervolg, maar na een half jaar de handdoek in de ring gegooid. De wetenschap was niet voor mij weggelegd. Inmiddels bezig aan mijn 2e hbo-opleiding en nu eindelijk een beetje kunnen wortelen in de aarde. Mijn eigen kleurrijke aarde, waar ik vrolijk op rond spring, geschapen met mijn feeënstokje in de hand en voeten in de sneeuw.  

 

Maar stiekem, stiekem worstelt het tegenwoordige 13-jarige kind in mij zelfs nu met hetzelfde probleem. Mijn benen bungelen namelijk nog steeds onder elke tafel… En daarnaast heb ik nog altijd geen flauw benul wat ik wil gaan doen in de ‘toekomst’. Toevallig heb ik sinds een week weer contact met een hele oude vriendin. Nog ouder dan 10 jaar geleden. We zaten saampjes op ponykamp - ook zoiets waarvan ik dacht dat ik dat voor altijd zou doen - en raakten nu weer aan de praat over iets kleins. Al snel gingen onze gesprekken over hoe ons leven er nu uitzag, maar nog belangrijker, wat het verschil is tussen toen en nu. 'Is er een verschil dan?' grapten we. Als ik naar een foto van vroeger kijk, heb ik het idee alsof ik in de spiegel kijk. Beamen we allebei. Er lijkt niets te zijn veranderd en toch is niks meer hetzelfde. Allebei zijn we bang voor wat de toekomst ons gaat brengen, puur en alleen omdat we niet weten wat we willen dat er komen gaat. Het vraagteken jaagt ons angst aan, in plaats van dat we nieuwsgierig zijn naar het antwoord. Wat een boer niet kent, dat vreet ie niet. Zou je kunnen zeggen. Maar zo komen we natuurlijk nergens. En dat willen we juist wel, ondanks dat we bang zijn. Heerlijk verwarrend, maar misschien is dat gewoon vrouw eigen. 

Beiden waren we het eens dat het vooral enorm belangrijk is om te doen wat je gelukkig maakt en dat te weinig mensen in het heden leven. Je kunt doodleuk voor de lange termijn dingen plannen, maar ga je dan met spijt terug kijken naar een kaal verleden? En op korte termijn leven, kan er voor zorgen dat je aan het einde van de rit met lege handen staat. Dus... 

Jarenlang heb ik gedacht aan huisje, boompje, beestje. Ondanks dat de meeste benodigde ingrediënten daarvoor niet aanwezig waren. De liefde had ik gevonden – dacht ik – maar dat bleek niet voldoende te zijn. En de onrustige avonturier in mij blijft maar aan de oppervlakte kloppen hongerig naar meer, want ook deze is niet snel tevreden. Tot slot, gaan mijn dromerige gedachten constant met mij aan de haal, waardoor ik uitermate veel moeite heb om mijn beiden benen op mijn kleurrijke aarde te houden. Een achtbaan aan gedachten: Waar zie ik mijzelf later? Wat ben ik aan het doen? Met wie deel ik mijn leven? Of ben ik alleen? Ik weet het niet.

Ben ik wel gelukkig? Heb ik al mijn dromen kunnen vervullen en doe ik wat ik het liefste doe? Ik weet het niet. 

 

En weet je wat, ik hoef het niet te weten. Ik ga er niet op wachten, ik begin vandaag en morgen ga ik net zo leuk weer verder. 

Stap voor stap en dag voor dag. Elke dag weer en elke dag een beetje meer.

 

Want die toekomst, die komt vanzelf wel aangesneld op zijn skietjes.  

 

 

Reactie schrijven

Commentaren: 0