Zullen we nog een keer liegen?

 

Het is vrijdagavond en ik zit fijn onderuit gezakt voor mij uit te staren. De grote zachte rode stoelen zitten heerlijk, behalve de ongemakkelijkheid terwijl je probeert net niet je buurman aan te raken op de armleuning die je samen deelt. Een aantal rijen voor ons zit een man midden op het podium, op zijn houten barkruk en met een typische western gitaar in zijn hand. Mooi, sierlijk en met gekerfde details. Hij houdt zijn hoofd lichtelijk gebogen waardoor zijn lange zwarte haren zacht zijn kaaklijn strelen en zijn cowboyhoed werpt een schaduw over zijn gezicht. We zitten dichtbij genoeg om de stoppels op zijn gelaat te kunnen tellen en wanneer hij opkijkt zien we de ondeugende twinkeling in zijn ogen. Hij laat zijn vingertoppen een aantal keer over de snaren van het prachtige instrument glijden, waardoor de gehele zaal gevuld wordt met warme klanken. Opnieuw kijkt de mysterieuze schim op en zien we het licht van de spots weerkaatsen in zijn pretogen. “Kennen jullie dat moment? Dat je weet dat het de laatste avond samen gaat zijn, maar daar beiden nog niet aan wil denken. Morgen komt de realiteit weer, maar voor nu, gewoon… Zullen we nog een keer liegen?” 

 

Nou.. Beste Waylon, ja zeker. En zijn klanken weergalmen en de muziek begint te spelen.

 

Het is een week later. Ik neem plaats op het bankje, voeten in het zand en ik kijk hoe de maan weerspiegelt in het water voor mij. De grote ronde witte cirkel deinst rustig mee op de melodie van de golven. De lantaarns rondom het water laten de sterren in het niet vallen en zorgen ervoor dat de dorren takken duistere schaduwen vormen. Ik sluit mijn ogen en luister naar de schelle muziek uit mijn telefoon. Wat heeft Christina Aguilera toch een prachtige stem. De plek waar ik alles gewonnen heb en waar ik alles verloren ben. In één flits zie ik alle momenten voorbijkomen. De momenten dat ik mezelf naast je neerleg in bed, jij mijn hand vastpakt en mijn gezicht zachtjes naar je toe draait. Het moment dat je met een trillerige stem in mijn oor fluistert dat je van me houdt. Met licht vochtige ogen kijk ik je aan en mompel ik hetzelfde terug. Geruisloos. Met een schokkende ademhaling verlaat al het verdriet mijn lichaam. Langzaam draai ik mij om en kruip ik met mijn rug tegen je aan. Ik voel je ademhaling in mijn nek, deze stelt mij een beetje gerust en ik trek je arm om mij heen. Ik beweeg mezelf nog meer richting jou, duw mijn rug nog meer tegen je borst en trek je arm nog steviger om mij heen. Ik smeek je om me nooit meer los te laten…

 

Terwijl we allebei weten dat ik degene ben die morgen weg zal gaan. Dat deze avond alles is wat we nog hebben. Dat dit al maanden geleden, misschien al wel jaren geleden begon. Zal ik je nog één keer vertellen dat dit voor altijd is? Zal ik je nog een keer zeggen dat je nergens bang voor hoeft te zijn en dat ik je nooit zal verlaten? Zal ik je – op wat de mooiste dag van je leven hoort te zijn – vertellen dat jij de ware bent? Zal ik je mijn ja-woord geven, vertellen dat ik nooit van je zijde zal wijken. Terwijl mijn tranen zullen branden. Wegslikkend en ja-knikkend. 

 

Of zal ik je vertellen hoe ik verdrink in zijn bruine ogen. Hoe mijn hart schreeuwt om meer wanneer ik naast hem zit en ik mijn brandende verlangen amper in bedwang kan houden. Hoe ik omhoogschiet van een enkele aanraking en hij mijn hele lichaam in vuur en vlam kan zetten. Dat wanneer hij mij vasthoudt, ik wil dat hij mij nooit meer los zou laten. Dat zijn armen mij veiligheid bieden. Dat zijn woorden mij weer het licht hebben laten zien. En erger nog, dat elk afscheid voelt alsof mijn hart uit mijn borstkast wordt gerukt. Bij elk afscheid, neemt hij een klein stukje mee, want meer kunnen we elkaar niet geven. Maar ook dat liegen we.

 

Zullen we verhalen aan elkaar vertellen hoe we over 50 jaar met onze grijze haren op de veranda zitten, verhalen over onze kinderen en hoogstwaarschijnlijk ook onze kleinkinderen. Hoe de kleine bollebozen heen en weer rennen op het groene gazon met kleurrijke speeltoestellen. Hoe onze hond kwispelend aan komt rennen met een veel te grote tak in zijn bek, oren die op en neer flapperen door zijn enthousiasme. Ik met een kop dampende thee in mijn handen en jij je kop koffie, stralend, grijnzend, lachend naar elkaar. Hoe we ons leven samen hebben opgebouwd, hoe gelukkig we zijn? Dat dit alles is wat we ooit hadden gewild, nooit verlangd hebben naar meer. Nooit verlangd hebben naar iets anders. Terwijl mijn tranen zullen branden. Wegslikkend en ja-knikkend.

 

Zullen we vanavond nog een keer samen liggen, zullen we nog een keer samen het bed delen? Zullen we nog een keer liegen? 

 

Voor de allerlaatste keer of voor de rest van ons leven. 

 

 

Thanks, but no thanks. 

Waylon (2018) 

Reactie schrijven

Commentaren: 0