Mini: die ouderen van tegenwoordig.


Het was al laat op de middag en ik heb geen idee meer waar ik van terug kwam. Ik weet alleen nog dat ik haast had, al zegt dat ook niet zoveel, want dat heb ik bijna altijd. Welbekende fashionably late-komer, zullen we maar zeggen. Hoe dan ook. Met een paar kilometer per uur boven de toegestane snelheid nam ik de rotonde, maar zodra ik deze wilde verlaten, moest ik boven op mijn rem. Een paar meter van het zebrapad verwijderd, besloot een oudere man plots het voetpad te verlaten. Althans, daar leek het op. Met enige ongemakkelijkheid en een gebrek aan souplesse stapte hij stuntelig van de stoep af. Voor die fractie van een seconde werd ik enorm kwaad. ‘Wat dacht die zot wel niet?! Ik had hem zo van zijn sokken kunnen rijden!’ Ja ja, ik reed te hard. Dat gedeelte was mijn fout. Maar wie stapt er dan ook zonder om zich heen te kijken zomaar de weg op? De schemer van de namiddag hielp er ook niet bepaald aan mee. 

Met een been op de straat en een nog half op de stoep, ging hij met dezelfde mate van souplesse door zijn knieën en reikte met zijn rimpelige handen naar de grond. Even was ik bang dat zijn hoedje nog van zijn hoofd zou vallen, maar die bleef gelukkig op de witte haardos zitten. Vanachter het stuur probeerde ik over mijn dashboard heen te kijken, om te zien wat de man ging doen. 

 

Nou, je raadt het nooit. Tenminste, dat had ik zelf nooit gedaan. De man kwam langzaam weer omhoog en hield in zijn rechterhand een verpakking van een Big Mac vast. Hij greep naar zijn rug toen hij weer opnieuw op de stoep probeerde te klimmen. Eenmaal daar had hij pas door dat er een stel koplampen op hem gericht waren. Zijn nee-schuddende blik bij het zien van het afval van ons favoriete junkfood keten, veranderde snel in een enorm schuldig gezicht. Het feit dat ik boven op de rem had gemoeten, was hem compleet ontschoten. Met een scheve en vermoeide glimlach stak hij zijn hand op ter verontschuldiging. Ik kon niet anders dan terug glimlachen en het met mijn hand wegwuiven: “Het is allang goed.”  Ik trok mijn auto weer langzaam op en de oude man zette strompelend zijn wandeling voort. 

 

Beste oude man, mensen zoals u maken deze wereld net een stukje mooier en mijn dag net een stukje beter.  Dank u wel!